Moet je eeuwig dankbaar zijn in de zorg?

De ene deugd in de andere niet

Onlangs las ik een artikeltje in de krant met het oog op de naderende verkiezingen. Daarin werd gesteld dat de politici zich allemaal willen inzetten voor ons welzijn. Met alle goede bedoelingen gaan zij aan de slag om zich in te zetten voor een betere wereld, betere gezondheid, beter onderwijs, minder armoede in de wereld. Maar….met al die goede bedoelingen bereikt men lang niet altijd het gestelde doel.

De schrijfster verklaarde toen: “In alles wat vanuit medelijden, barmhartigheid en opofferingsgezindheid wordt gedaan, schuilt (…) toch enigszins de demonstrativiteit van Goedheid en Gelijk.” In eenvoudig Nederlands: zie mij eens goed doen, en ik heb het gelijk aan mijn kant. Daardoor verlegt de aandacht zich van degene die geholpen wordt, naar degene die helpt. Oftewel: het dient meer het belang van de hulpverlener dan die van de geholpene.

In de alledaagse omgang met elkaar herkent u dit vast ook. Iemand staat altijd voor je klaar, maar je krijgt er dat vervelende gevoel bij, dat je hem/haar eeuwig dankbaar moet zijn.

Immers: die ander is zo goed (vindt diegene zelf), dat zij dat toch maar altijd voor je doet! Het feit dat de ander zich opoffert, zijn tijd in jou investeert (belangeloos????), moet je wel vervullen met dankbaarheid. Je kunt je dan terecht afvragen: helpt degene, om mij te helpen of om zichzelf goed te voelen?

Opoffering wordt gezien als een deugd. Iets wat goed is om te doen. Maar deze deugd heeft de nare bijwerking, dat de zelfstandigheid van de hulpontvanger op de tocht komt te staan. Immers: het gaat niet om hem. Hij hoeft geen mening te hebben, geen eigen persoonlijkheid, want…. Hij is slechts middel voor de hulpverlener om zich goed te voelen.

Een andere deugd is welwillendheid. Welwillendheid (ook in de zorg) staat voor: de ander helpen, daar waar hij geholpen wil worden. Het initiatief ligt bij de hulpvrager. Deze kan ook aangeven wat hij nodig heeft en wat hij prettig vindt. Kortom: de hulp sluit aan bij zijn wensen en belangen.

Hulp ontvangen, moeten accepteren door de omstandigheden, is moeilijk genoeg. Liever geven we hulp: daar voel je je heel wat beter bij. Maar zowel de hulpontvanger als de hulpverlener zal zich moeten afvragen: Wie wordt hier beter van de hulp? Wie is ermee gediend? Wiens belangen voeren de boventoon?

Een enkele keer hoor ik een bewoner zeggen: “Deze moet dit werk niet doen. Die werkt alleen voor het geld.” Heel duidelijk klinkt daarin door dat de geholpene niet het gevoel had centraal te staan. Dat de andere zijn eigen belangen diende.

Ik ga er (naar ik aanneem net als u) van uit, dat mensen met de beste bedoelingen werken in de zorg. Maar net als in de politiek hebben beste bedoelingen de nare bijwerking, dat ze gezien willen worden: zie mij goed doen! Het is een valkuil voor iedereen die hulp verleent. En het is het goed recht van de hulpontvanger om de gever daarop te wijzen, als dit zich voordoet. U bent namelijk niet een nummer, een ding waaraan hulp verleend moet worden. U bent een persoon, een volwassen persoon, met wensen, gevoelens en eigen opvattingen. U hebt het recht op inbreng in de wijze waarop u hulp krijgt.

Samen zoeken naar wat wenselijk en mogelijk is: dat komt de zorg ten goede. Wees daarom niet bang aan te geven waar uw belangen liggen; wat uw wensen zijn. Dan kan de hulpverlener op haar beurt aangeven wat haalbaar is.

Tot slot de deugd respect. Elkaar respecteren, oog hebben voor ieders eigenheid en rekening houden met elkaars belangen. Een deugd waar we allemaal achter staan. Laten we dan ons best doen er elke dag weer handen en voeten aan te geven. Daar voelen zowel hulpvrager als hulpverlener zich het beste bij!

(Bernlef: Lucia Riezebos/Geestelijke Verzorging)

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *