Spreeuwen

Spreeuwen zijn net als mezen echte holenbroeders. Ze nestelen in natuurlijke holtes in bomen, in nestkasten maar ook in huizen en gebouwen. Spreeuwen tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven. Op bemoste zandgrond (stuifzanden) keren ze het mos om op zoek

naar emelten en andere (larven van) bodembewoners. Ze zijn uiterst talrijk en broeden van april tot juni. Het enige legsel heeft gemiddeld 5 eieren. Na 12 dagen kruipen de jongen uit het ei. Ze worden dan nog drie weken in het nest gevoerd. Na de broedtijd verzamelen de spreeuwen zich in kleine groepjes. Van heinde en verre vliegen deze groepen naar vaste slaapplaatsen. In het najaar komen er vanuit Noord en Midden-Europa vele spreeuwen naar onze omgeving. Rond de slaapplaatsen vormen zich dichte “wolken” van duizenden spreeuwen. Deze synchroon zwenkende zwermen zijn een spectaculair schouwspel.

De spreeuwen leven in bos, graslanden, park en tuin, stedelijk gebied, weiden (kleinschalig). Weilanden, grasvelden (van vochtig tot droog) en akkers voorzien spreeuwen van insecten en hun larven. Spreeuwen broeden in holtes van bomen in nestkasten en in gaten en kieren van gebouwen. Spreeuwen komt u dan ook op veel plaatsen in ons land tegen.

Spreeuwen eten voornamelijk insecten, insectenlarven, maar in de wintermaanden ook fruit, zoals appels en bessen. De spreeuwen leven in groepen en zijn vrij luidruchtig, zo ook de jonge spreeuwen in nest.

Na het broedseizoen zoeken spreeuwen elkaar op en vormen soms zeer grote groepen. Deze groepen worden in het najaar aangevuld met spreeuwen uit Scandinavië. Overdag zoeken spreeuwen in de wijde omgeving naar voedsel. Aan het einde van de middag verzamelen ze zich op een vaste plaats. Na een aantal vluchten over de omgeving duiken ze met zijn allen in een groep bomen of struiken. Zolang er genoeg voedsel in de omgeving te vinden is zullen ze hier blijven vertoeven. Dit kan enkele dagen zijn maar soms ook vele weken. Aan het einde van de winter gaan de spreeuwen weer op zoek naar een geschikte broedplaats en trekken er weer vele spreeuwen naar Scandinavië.

In de wintermaanden hebben spreeuwen een zwart verenkleed met een paars-groene gloed en opvallende witte spikkels. In broedkleed zijn spreeuwen zwart gekleurd met een prachtige gloed van paarse-blauwe en groene kleuren. Na de broedtijd krijgen de spreeuwen een bruin onopvallend verenkleed.

 

uurlijke holtes in bomen, in nestkasten maar ook in huizen en gebouwen. Spreeuwen tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven. Op bemoste zandgrond (stuifzanden) keren ze het mos om op zoek naar emelten en andere (larven van) bodembewoners. Ze zijn uiterst talrijk en broeden van april tot juni. Het enige legsel heeft gemiddeld 5 eieren. Na 12 dagen kruipen de jongen uit het ei. Ze worden dan nog drie weken in het nest gevoerd. Na de broedtijd verzamelen de spreeuwen zich in kleine groepjes. Van heinde en verre vliegen deze groepen naar vaste slaapplaatsen. In het najaar komen er vanuit Noord en Midden-Europa vele spreeuwen naar onze omgeving. Rond de slaapplaatsen vormen zich dichte “wolken” van duizenden spreeuwen. Deze synchroon zwenkende zwermen zijn een spectaculair schouwspel.

 

De spreeuwen leven in bos, graslanden, park en tuin, stedelijk gebied, weiden (kleinschalig). Weilanden, grasvelden (van vochtig tot droog) en akkers voorzien spreeuwen van insecten en hun larven. Spreeuwen broeden in holtes van bomen in nestkasten en in gaten en kieren van gebouwen. Spreeuwen komt u dan ook op veel plaatsen in ons land tegen.

Voornamelijk insecten, insectenlarven, maar in de wintermaanden ook fruit, zoals appels en bessen.

Leeft in groepen. Zijn vrij luidruchtig, zo ook de jonge spreeuwen in nest.

Na het broedseizoen zoeken spreeuwen elkaar op en vormen soms zeer grote groepen. Deze groepen worden in het najaar aangevuld met spreeuwen uit Scandinavië. Overdag zoeken spreeuwen in de wijde omgeving naar voedsel. Aan het einde van de middag verzamelen ze zich op een vaste plaats. Na een aantal vluchten over de omgeving duiken ze met zijn allen in een groep bomen of struiken. Zolang er genoeg voedsel in de omgeving te vinden is zullen ze hier blijven vertoeven. Dit kan enkele dagen zijn maar soms ook vele weken. Aan het einde van de winter gaan de spreeuwen weer op zoek naar een geschikte broedplaats en trekken er weer vele spreeuwen naar Scandinavië.

In de wintermaanden hebben spreeuwen een zwart verenkleed met een paars-groene gloed en opvallende witte spikkels. In broedkleed zijn spreeuwen zwart gekleurd met een prachtige gloed van paarse-blauwe en groene kleuren. Na de broedtijd krijgen de spreeuwen een bruin onopvallend verenkleed.

(bron: vogelbescherming nederland)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *