Wilde cichorei of wegenwachter

Zo wandelend door de natuur kom je van alles tegen en wat je vastlegt, daarvan wil je weten wat het is. Zo ook dit mooie bloemetje en we hebben het even opgezocht.

Wilde cichorei of wegenwachter (Cichorium intybus) is een overblijvende plant uit de

composietenfamilie (Asteraceae).

De plant is 30-120 cm hoog, waarbij de stengel sterk vertakt is. De 3-5 cm grote bloemen zijn lichtblauw en enkel in de ochtend geopend. De nootjes (zaden) zijn 2-3 mm lang met een schubbige pappus.

De plant komt van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied. In Nederland is de plant echter al vele eeuwen lang aanwezig en waarschijnlijk door de Romeinen meegebracht. Je treft deze plant aan  in wegbermen, maar ook langs dijken, in droog grasland, bij muren en op vuilnisbelten. De wilde chicorei bloeit in juli en augustus.

De volksnaam wegenwachter verwijst naar het gedrag van de plant om zich massaal in bermen langs (auto)wegen te verspreiden.

De gemalen wortels werden, vooral in de negentiende eeuw, en worden als koffiesubsituur gebruikt door het hoge gehalte aan inuline. Nu wordt deze cichorei weer op vrij grote schaal verbouwd voor de productie van inuline. Hiervoor zijn verschillende rassen geselecteerd, die een betere wortelvorm, een hogere wortelproductie en een hoger gehalte aan inuline hebben dan de oorspronkelijk wilde cichorei.

De bloeistengels kunnen gekookt gebruikt worden. Vaak worden ze dan met een vinaigrette, room of een andere saus overgoten. Soms worden ze ook gegratineerd geserveerd.

De jonge cichoreibladeren kunnen in het voorjaar gebruikt worden in salades, maar ze hebben een licht bittere smaak. Daarnaast kunnen ze ook gekookt gebruikt worden. Tijdens het Paasfeest werden de bladeren gegeten bij het gebraden lam.

Cichorei wordt in de volks- en plantgeneeskunde gebruikt bij maag- en leverklachten, verstoppingen en een gebrek aan eetlust.

Uit de plant kan een versterkings- en kalmeringsmiddel worden gemaakt in de vorm van een likkepot. Hiervoor moet één deel verse bloemen worden kleingesneden en in een vijzel worden fijngestampt. Daarna dienen drie delen suiker te worden toegevoegd totdat er een mengsel ontstaat. Dit moet in een goed afgesloten pot enige tijd in de zon worden gezet en daarna koel en donker worden bewaard.

(bron: wikipedia)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *