Zeeland – Oosterscheldekering

De Oosterscheldekering is een waterkering in Nederland. Het is het grootste onderdeel van de Deltawerken. Het is tevens een 9 kilometer lange wegverbinding tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland, deel van de N57.

Deze waterkering bevat grote schuiven die bij zware storm, al dan niet in combinatie met een springvloed, naar beneden gelaten kunnen worden, zodat het hoogwater niet de Oosterschelde kan binnen komen. Bij een verwachte waterstand van +3,00 m NAP zullen de deuren gesloten worden door mensen in de bedieningskamer in het Ir. J.W. Tophuis op Neeltje Jans. Als er niemand aanwezig is, zullen de deuren bij +3 m automatisch sluiten. Sinds de ingebruikname zijn de schuiven 24 maal gesloten geweest (zie onder), afgezien van testsluitingen.

Van dicht naar halfopen

Voor de afsluiting van de Oosterschelde is voor deze complexe oplossing gekozen teneinde het watermilieu in de Oosterschelde zout als zeewater te kunnen houden. Oorspronkelijk wilde men de Oosterschelde volledig afdammen. Eind jaren 1960 werd hiermee begonnen. Hiervoor werden enkele kunstmatige eilanden aangelegd, waaronder Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971). Eind 1973 was al vijf van de negen kilometer van de Oosterschelde afgedamd.

In het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw ontstond er echter een massaal protest vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties. De eerstgenoemde gebruikers verwachtten hun beroep te verliezen; de zeezeilers zouden hun inwaarts gelegen thuishavens (Veere en Zierikzee) niet meer kunnen gebruiken. De milieuorganisaties vreesden dat de Oosterschelde bij afsluiting een dood water zou worden, en pleitten voor dijkverzwaring als oplossing voor de veiligheid. De PPR steunde hen en dreigde uit het kabinet-Den Uyl te treden.

De werkzaamheden werden hierop in juli 1974 tijdelijk stopgezet in afwachting van een definitief besluit. De regering benoemde een Commissie Klaasesz, die advies moest uitbrengen. Uiteindelijk werd in 1976 besloten om over de resterende vier kilometer lengte schuifdeuren aan te brengen. Deze deuren staan normaliter open, maar kunnen bij storm dicht. De instroom van zout water en de getijden in de Oosterschelde zijn daarmee behouden, maar wel aan banden gelegd. Dit laatste wordt nog onderstreept door de tekst die op de gedenksteen op Neeltje Jans is aangebracht: “Hier gaan over het tij: de maan, de wind en wij”.

De bouw

De bouw werd hervat in april 1976.

Om de waterkering te kunnen bouwen werd gebruikgemaakt van het al aangelegde kunstmatige eiland Neeltje Jans. Hier werden de enorme betonnen pijlers gemaakt, die vervolgens naar de juiste plaats werden gevaren met een speciaal daarvoor gemaakt schip: hefschip “Ostrea”. Ostrea is Latijn voor Oester. Onder deze palen waren matten aangebracht, die het verschuiven van het zand in de zeebodem moesten tegengaan. Voor het leggen van deze matten werd ook een speciaal schip gemaakt, de “Cardium”. Voordat de pijlers en de drempels geplaatst werden, werd de zanderige bodem verdicht met een speciale techniek waarbij palen, die de grond in werden getrild (en vervolgens weer werden teruggetrokken), de ondergrond moesten verstevigen; het schip dat daarvoor gebouwd werd is de “Mytilus”.

Op 26 juni 1986 werd de laatste schuifdeur geplaatst. De weg over de kering ging echter pas open in november 1987. De stormvloedkering werd op 4 oktober 1986 geopend (eigenlijk gesloten) door Koningin Beatrix, die daarbij de bekende woorden “De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig” sprak. Dit was niet helemaal correct, zoals in 1997 bleek toen zij nogmaals kon vertellen dat de Deltawerken voltooid waren, nu bij de “opening” van de Maeslantkering bij Hoek van Holland. Prinses Juliana opende op 5 november 1987 de weg over de stormvloedkering. De Oosterscheldekering is na het kabinetsbesluit door technische tegenvallers veel duurder geworden dan oorspronkelijk was begroot.

Voor de aandrijving van de schuiven is tenslotte gekozen voor hydraulische cilinders. Deze cilinders zijn niet enkel in staat om de schuiven op te trekken, maar ook om deze als dat nodig is naar beneden te drukken. Deze cilinders steken boven de pijlers uit; aan de hoogte van de cilinder kan men zien hoe diep de Oosterschelde ter plaatse is. Het bedrijf Hydraudyne (tegenwoordig Bosch Rexroth) leverde onder andere deze hydraulische cilinders voor de Oosterscheldekering en hierbij werd er een recordaantal van 56 kilometer hydraulisch leidingwerk gebruikt.

(bron: wikipedia)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *