Grote stinkzwam

De grote stinkzwam komt met behulp van een eiertand uit een vuistgrote knol die in de volksmond met heksen- of duivelsei wordt aangeduid. Daaruit strekt zich in enkele uren de 10–20 cm lange poreuze en holle steel. De hoed van de paddenstoel is dan met een groene slijmerige sporenlaag (gleba) bedekt die een zeer penetrante aasgeur verspreidt, zelfs tegen de wind in te ruiken.

De stank trekt vliengen en kevers als de oranje aaskever aan die voor de verspreiding van de sporen zorgen. De schone hoed is wit tot lichtgeel en heeft een kleine opening aan de top. De zwam lijkt dan wel op  morieltjes.

De Grote stinkzwam wordt aangetroffen van mei tot november bij vermolmd hout in bossedn, parken en tuinen. De soort komt vrij algemeen voor.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *