Corsocultuur ingeschreven op de Representatieve Lijst Immaterieel Cultureel Erfgoed

De Nederlandse Corsocultuur is ingeschreven op de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid en zo ook feest in Eelde. Dit maakte het Comité behorende bij het Unesco-verdrag over immaterieel erfgoed deze week bekend in Parijs.

Cultuurminister Ingrid van Engelshoven: “Met deze inschrijving onderstrepen we het belang van de corsocultuur. Deze vorm en andere vormen van Immaterieel Erfgoed verbindt mensen en verleent hun een gevoel van identiteit.”

Nederland telt zo’n dertig corso’s verspreid over het hele land. De corso’s zijn divers van aard: groot en klein, rijdend, varend en stilstaand, en met bloemen of met fruit. Sommige corso’s zijn heel klein, maar ook de grootste corso’s ter wereld rijden in Nederland. Een corso is veel meer dan alleen een optocht. Het bouwen van de corsowagen en alles wat daar bij komt kijken, is een sociaal en creatief proces waar de hele gemeenschap gedurende een groot deel van het jaar mee bezig is. Jong en oud, man en vrouw werken samen. Kinderen en jongeren worden intensief bij het corso betrokken en de cultuur wordt overgedragen van generatie op generatie. Daarmee leveren de corso’s een grote bijdrage aan de sociale cohesie van hun gemeenschap. Door de inspanning van de Corsokoepel is het gelukt om de Corsocultuur op te nemen op de Representatieve Lijst.

Het bloemencorso van Eelde is een wedstrijd op de eerste zaterdag in september, waarbij vijftien corsowijken strijden om de eer. Iedere wijk bouwt zijn eigen praalwagen, versierd met dahlia’s. Het corsoseizoen start in maart, als bij loting wordt vastgesteld welke wagen de wijk gaat bouwen. In mei start men al met het lassen van de frames. Bloemenarrangementen van dahlia’s en ook andere snijbloemen, gemaakt door toparrangeurs uit heel Nederland, laten tijdens het corso de laatste trends op het gebied van bloemsierkunst zien. Ook zaden en andere materialen worden gebruikt. Op de wagens figureren vaak geschminkte of gekostumeerde mensen om het thema uit te beelden. Tussen de wagens lopen showbands en muziekgroepen. De zondag hierna worden de wagens tentoongesteld en is er muziek, theater en een fair.

Beoefenaars en betrokkenen

De Stichting Bloemencorso Eelde organiseert als overkoepelende stichting ieder jaar het corso en de omlijstende activiteiten: een tentoonstelling, de dahliafair en alle entertainment rond het corso, een evenement dat jaarlijks 90.000 bezoekers trekt. In totaal zijn er ongeveer drieduizend vrijwilligers actief bij het corso betrokken. De werkgroep Jong Corso Eelde stimuleert en organiseert het jaarlijkse Kindercorso. De werkgroep onderhoudt de contacten met de basisscholen en organiseert een ontwerpwedstrijd voor de leerlingen. In samenwerking met opleidingscentrum Terra worden voor de wagenbouwers lascursussen georganiseerd. De Stichting Eelder Dorpsgemeenschap geeft als uitgever van de lokale krant Dorpsklanken een speciale corso huis-aan-huiskrant uit, met een oplage van 50.000 exemplaren.

Geschiedenis en ontwikkeling

In 1956 bezochten directie en bestuursleden van de Tuinbouwschool in Eelde het corso van Aalsmeer. Op de terugweg, tijdens een tussenstop in Hoevelaken, werd besloten een bloemencorso in Eelde te organiseren. In Eelde-Paterswolde werden meer dan twintig wijken geformeerd die zich bezig zouden gaan houden met de bouw van een corsowagen. Het eerste corso trok in 1957 over de start- en landingsbaan van het vliegveld Eelde, in latere jaren ging de optocht door de straten van Eelde-Paterswolde. Al in 1960 hadden alle corsowijken de beschikking gekregen over eenzelfde onderbouw voor de speciale corsowagen. De wagens werden steeds groter, ze pasten niet meer in de schuren. Daarom worden voor de opbouw nu grote tenten gebouwd. Het corso kreeg vaak een bij de tijdgeest passend motto mee Olympiade of De film, maar de thema’s kunnen ook van alle tijden zijn, zoals Sprookjes en Sagen of Sport en Spel. Hoewel het aantal deelnemende wagens en muziekkorpsen in de loop van de tijd is gedaald, groeide het corso snel uit tot een belangrijk evenement in Noord-Nederland.

Foto’s: Jan Hendrik van der Veen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.