In gebed in tijden van crisis | de Noodkist van Sint Servaas

In tijden van crisis wenden de geestelijken zich in gebed zoals hier  tot de Noodkist van Sint Servaas in de schatkamer van de Sint Servaasbasiliek in Maastricht. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1991 in verband met de Golfoorlog.
Crisis
“Normaal gesproken lopen de geestelijken  met de Noodkist door de straten van Maastricht.Dat geeft gelovigen de kans om zich in gebed te wenden tot de Noodkist”. Maar in tijden waar het wordt afgeraden om in grote groepen bij elkaar te komen, vindt de deken dat onverstandig. Via de media was de gelegenheid dit via die weg de gelovigen alsnog te bereiken.”

De religieuze betekenis van de Noodkist is in het verleden zeer groot geweest, maar ook in de 21e eeuw is dit een belangrijk aspect. De oude traditie om het schrijn in tijden van nood door de stad te dragen bestaat nog steeds.
De laatste keer dat de kist zijn naam eer aandeed, was tijdens een bidweg voor de vrede in 1991 aan het begin van de Golfoorlog. Eenmaal per jaar, rond de feestdag van Sint-Servaas (13 mei),
gaat het schrijn met de Grote Processie mee, samen met de vier stadsdevoties. De stadsdevoties zijn beelden of voorwerpen, die in Maastricht bijzondere verering genieten: de Sterre der Zee, de Zwarte Christus van Wyck,
het borstbeeld van Sint-Servaas en dat van Sint-Lambertus. Ook bij de ommegangen tijdens de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart van Maastricht gaat de Noodkist mee.
Het schrijn staat bovendien tijdens de gehele heiligdomsvaartperiode permanent ter verering opgesteld op de koortrappen van de Sint-Servaasbasiliek.
Het kostbare kleinood wordt dan permanent bewaakt door twee of vier leden van de Broederschap van Sint Servaas.


De in 1916 opgerichte Broederschap van Sint Servaas telt circa vijftig leden. De broederschap stelt zich ten doel de devotie tot Sint-Servaas te bevorderen.
De broedermeesters zorgen er tevens voor dat voorafgaand aan de processies het schrijn stevig wordt bevestigd op de speciaal daartoe ontworpen processiebaar.
De baar heeft een stalen skelet met beweegbare delen die op de schouders van de dragers rusten. Naar wens kunnen acht of zestien dragers plaatsnemen. Een doorzichtig omhulsel van perspex zorgt voor bescherming tegen weersinvloeden.
Terwijl de broeders buiten de kerk gekleed gaan in jacquet (met broederschapsmedaille en rood-wit festoen), draagt men in de kerk een rood-zwart of rood-geel tuniek.

Bron: Wikipedia Foto’s: Jan Hendrik van der Veen 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.