Groningen Ter Apel – Klooster

steden nederland, ter apelKlooster Ter Apel is een voormalig klooster in het zuidoosten van de provincie Groningen bij het dorp Ter Apel. In de Conventgebouwen zijn onder meer het Museum voor Klooster- en Kerkgeschiedenis & Religieuze Kunst en twee galerieën voor hedendaagse kunst gevestigd. De voormalige lekenkerk van het klooster doet dienst als hervormde kerk. Deze Boschkerk vormt de zuidvleugel van het klooster.

Klooster Ter Apel ligt in het uiterste zuidoosten van de provincie Groningen op een beboste zandrug langs de eeuwenoude handelsroute van Münster naar Groningen. Voor doortrekkende reizigers en pelgrims was het klooster een plaats van gastvrijheid en toewijding. Hoewel accenten zijn verlegd, is Klooster Ter Apel tot op de dag van vandaag een ontmoetingsplaats gebleven. Voor kunst- en cultuurliefhebbers vanwege de oude en nieuwe architectuur en de permanente en wisselende exposities. Voor fans van oude en nieuwe (kerk)muziek. Voor natuurgenieters vanwege de bosrijke landelijke ligging met wandelmogelijkheden. Ter Apel is het laatste klooster dat in Groningen werd gesticht, maar het enige van de 34 die de provincie in de Middeleeuwen heeft geteld, dat nog als klooster herkenbaar bewaard is gebleven.

Alle foto: klik hier

Deze diashow vereist JavaScript.

 

In 1464 schonk Jacobus Wiltingh, pastoor in Garrelswer en vicaris in Loppersum, zijn nederzetting Apell aan de Orde van het Heilig Kruis (Ordo Sanctae Crucis) onder voorwaarde dat op deze plek een klooster zou verrijzen. In mei 1465 kwam het Generaal Kapittel van de Kruisheren bijeen in Hoei aan de Maas. Het Ordebestuur van dit klooster accepteerde Apell als een Godsgeschenk. Het benoemde het Kruisherenklooster Sint Gertrudis in Bentlage aan de Eems bij Rheine tot moederklooster. Van hieruit werden vier priesters en enkele lekenbroeders naar Apell gestuurd. Zo ontstond er een nieuw klooster in de landstreek Westerwolde, dat de naam Domus Novae Lucis kreeg, Huis van het Nieuwe Licht. Tussen 1465 en 1561 werd gewerkt aan de bouw van het klooster volgens een middeleeuws plan. Behalve het conventgebouw, betekende dat ook de realisatie van onder meer een poortgebouw, watermolens, perkamenthuis, bak- en brouwhuis en een gastenverblijf. Met de verovering van het gebied door Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in 1593 werd het katholieke geloof afgezworen (Reformatie). Het klooster kwam, net als Westerwolde  in het bezit van de stad Groningen.

Stormen, brand en hoge onderhoudskosten zorgden voor grote problemen in de eeuwen na 1600. Het statige klooster onderging daardoor helaas veel aanpassingen tot 1930. De westgevel werd na 1755 gesloopt. De bovenverdieping met de cellen van de Kruisheren onderging in 1834 hetzelfde lot evenals de bouwvallig geworden gewelven in de kerk (1837). In tegenstelling tot alle andere kloosters in Groningen, bleef gelukkig toch het nodige van Domus Novae Lucis overeind. Dit werd tussen 1930 en 1933 op initiatief van de Stad Groningen, destijds eigenaar van de enclave, zorgvuldig geconserveerd en gerestaureerd. Dit herstelplan, onder leiding van Stadsingenieur De Vos tot Nederveen Cappel, werd een groot succes. Op de begane grond bleven de drie vleugels van het oorspronkelijke vierkant bewaard: de Kanunniken- en Lekenkerk in de zuidvleugel; de Kapittelzaal en Sacristie in de oostvleugel; de Refter (thans Kloostercafé ‘De Refter’), overwelfde Proviandkelder, Subpriorkamer, Priorkamer en Gastenverblijf in de noordvleugel. Door de overwelfde bakstenen kruisgang, met devote sfeer en serene rust, bleven deze ruimtes met elkaar verbonden. Ze omsluiten de Kloosterhof met kruidentuin.

Sinds 1992 behoort Klooster Ter Apel tot de UNESCO “Top 100” van onroerende objecten in Nederland, beschermd krachtens internationaal recht.

Bron: Wikipedia

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *