Advies Groningse Aanbod voor de opvang van vluchtelingen

nederland 2015, groningen, centrum, vluchtelingen welkom, grote markt

Op 12 september jongstleden verzocht de landelijke regietafel aan de regionale regietafel Groningen om medio oktober een advies te leveren met een weging hoe lokaal om te gaan met de plannen voor nieuwe opvangplekken. Alle Groningse burgemeesters hebben diezelfde dag onder leiding van de regionale regietafel de nieuw ontstane situatie met elkaar besproken.

Inleiding

De regio Groningen vangt sinds jaar en dag vluchtelingen op: het aanmeldcentrum in Ter Apel is in het hele land een begrip.

Het draagvlak voor de opvang onder de inwoners van de Groningse gemeenten is – in vergelijking tot andere regio’s – groot te noemen. De opvang van vluchtelingen betekent hulp bieden aan mensen in nood, maar levert voor Groningen ook werkgelegenheid en potentiële economische ontwikkeling op. Het mes snijdt zo aan twee kanten.

Het Rijk heeft van deze situatie graag gebruik gemaakt: in Groningen worden – afgezet tegen andere regio’s – relatief veel vluchtelingen opgevangen.

Dat bleek ook vorig jaar. Door de aanhoudende en sterk verhoogde toestroom van vluchtelingen riepen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op om snel meer opvangplaatsen te organiseren. De meeste Groningse gemeenten toonden zich tot medewerking bereid. Er kwam crisis-en noodopvang en er werden plannen gemaakt voor de bouw van nieuwe azc’s.

De regio Groningen heeft eerder in een brief van 9 december 2015 aan de minister gevraagd om snelle en adequate informatievoorziening en duidelijke financiële afspraken. In de bestuursovereenkomst werd gesproken over ‘schouder aan schouder’: in onderlinge samenwerking het vraagstuk van de hoge instroom aanpakken. In de praktijk ervaren de Groningse gemeenten de aanpak van het Rijk als lichtelijk teleurstellend: top-down met gebrekkige communicatie. Zo krijgt de regionale regietafel geen inzage in de stukken van de landelijke regietafel. Bovendien is er sprake van minimale compenserende financiële regelingen en afspraken.

Draagvlak

Terwijl de instroomcijfers al langere tijd dalen, is pas na de zomerperiode duidelijk geworden dat de opdracht van de minister en staatssecretaris om extra opvangplaatsen te organiseren, wordt ingetrokken.

Het heeft de Groningse gemeenten verbaasd dat door het Rijk en COA niet adequater is gereageerd op de grote schommelingen in de instroom. Die zijn van alle tijden, dus het had voor de hand gelegen dat hier inmiddels een beter antwoord op is. Nu de opdracht om extra opvangplaatsen te  organiseren wordt ingetrokken, maakt Groningen zich zeer bezorgd over de consequentie: hoe behouden we draagvlak in de samenleving voor de opvang van vluchtelingen? Vanuit dit oogpunt is de omvang van buffercapaciteit zeer relevant.

Het Groningse Aanbod

De Groningse gemeenten zijn over de ontwikkeling van opvanglocaties afzonderlijk in gesprek met het COA. Deze gesprekken gaan onder andere over de afronding, ook in financiële zin, van de plannen die niet meer nodig zijn. Gemeenten gaan ervan uit dat zij worden gecompenseerd voor de kosten die zij gemaakt hebben.

De Groningse gemeenten blijven bereid om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het vluchtelingenvraagstuk. Wel willen zij zelf regie kunnen voeren over regionale en lokale oplossingen, binnen afgesproken kaders.

Vanuit dit standpunt doen de 23 gemeenten een aanbod aan het Rijk: het Groningse Aanbod.

De regionale regietafel en de Groningse gemeenten zijn van mening dat een totaalaanpak wenselijk is. Het Groningse Aanbod is dan ook een aanpak voor de gehele instroom. Zowel van de asielzoekers in de COA-voorzieningen als de vergunninghouders in de gemeenten. Het gaat immers in de verschillende stadia van het proces om steeds dezelfde mensen. De hoge instroom in de COA- voorzieningen van vorig jaar leidt nu tot een hoge instroom en taakstelling bij gemeenten. Daarom vragen wij het Rijk om ook nu, schouder aan schouder, mee te werken aan de oplossing van de vraagstukken huisvesting en integratie.

Maatwerk

Medio september had de regio Groningen een opvangcapaciteit van in totaal 7085 plaatsen. Door aflopende contracten zijn dat medio 2017 in totaal 5620 (bron: COA).

Het Groningse Aanbod is gebaseerd op de maatwerkaanpak, zoals voorgesteld door de landelijke regietafel. Naar aanleiding van de ontstane overcapaciteit in opvanglocaties zijn in deze aanpak drie mogelijkheden aan de gemeenten voorgelegd:

  • Kan het plan op een andere manier/voor een andere doelgroep van nut zijn?
  • Kunnen er afspraken gemaakt worden om plannen achter de hand te houden?
  • Kan het plan in goed overleg worden stopgezet?

Per gemeente met voorgenomen plannen voor een azc volgt hieronder een reactie op bovenstaande vragen:

Appingedam:    330 plaatsen/planvorming vervolgen en ‘klaarzetten’ voor acute nieuwe instroom; De Marne:  300 plaatsen/locatiestudie achter de hand houden;

Eemsmond:      500 plaatsen/plan stopzetten;
Groningen:       Energieweg 600 plaatsen/realiseren/Ulgersmaweg 600 plaatsen/achter de hand houden;
Grootegast:      310 plaatsen/plan stopzetten; Leek:        600 plaatsen/plan stopzetten;
Ten Boer:         300 plaatsen/plan achter de hand houden tot aan de gemeentelijke herindeling, ijkmoment medio 2017
Veendam:         300 plaatsen/achter de hand houden, schip eventueel tijdelijk inzetten voor vergunninghouders;
Winsum:           300 plaatsen/plan stopzetten; Zuidhorn:  300 plaatsen/plan stopzetten.

In totaal waren er in de Groningse gemeenten 4440 plaatsen in voorbereiding.

Huisvestingstaakstelling

We gaan ervan uit dat de regio een totaalcapaciteit van 5620 opvangplaatsen levert. Daarnaast moet de regio 931 vergunninghouders huisvesten. (Dit is de totale taakstelling voor de tweede helft 2016 inclusief de achterstand van 1119, minus de realisatie op 1 september van 188, blijft over 931).

De taakstelling voor de eerste helft van 2017 is 450 dus de huisvestingsopgave loopt in de tijd nog door, in tegenstelling tot de woningbouwontwikkelingen in de regio.

Overwegingen

Het stopzetten van de noodopvanglocaties en de planontwikkeling voor azc’s is voor de werkgelegenheid in de noordelijke regio een gevoelige klap. Inmiddels hebben al zo’n 175 werknemers in Noord-Nederland hun baan verloren of is het contract verbroken. Dit is een fors aantal.

Er is veel ruimte in de bestaande azc’s. Ook bij nieuwe instroom is er tot eind 2017 voldoende capaciteit. Niettemin blijft de onzekerheid over de toekomstige instroom.

De noordelijke regio blijft graag voorop lopen met de opvang van vluchtelingen en zou, gezien het draagvlak, de sociaaleconomische positie én de onderwijsmogelijkheden ontzien moeten worden bij het afbouwen van het aantal opvangplaatsen. We noemen hier de onderwijsinstellingen omdat vergunninghouders profijt hebben van de aanwezigheid van goed hoger en universitair onderwijs.

Hogeschool en universiteit hebben op hun beurt baat bij een toename van het aantal studenten. Ook hier snijdt het mes aan twee kanten.

Wij achten het zinvol om iets verder in de toekomst te kijken om beter rekening te kunnen houden met mogelijke ontwikkelingen. Daarom is naast de drie vragen van de landelijke regietafel een vierde vraag relevant, die gaat over die mogelijke toekomstige instroom. De vraag luidt:

Zijn gemeenten in algemene zin bereid om in de toekomst opnieuw mee te werken aan de uitbreiding van opvangplaatsen, ook al zijn daar nog geen plannen voor of als bestaande plannen nu eerst worden stopgezet?

Het merendeel van de Groningse gemeenten is hiertoe zeker bereid, met die kanttekening dat niet alle gemeenten dezelfde mogelijkheden hebben. Een deel van de regio Groningen is ook aardbevingsgebied. De gemeenten die moeten werken aan de versterkingsopgave zijn al belast met een dubbele huisvestingsopgave.

Ondanks de hoge uitstroom wachten statushouders langer dan de bedoeling is in de opvanglocaties op een woning. Met als gevolg dat de integratie vertraagt met alle risico’s voor de toekomst van deze groep.

De reguliere huurwoningmarkt is op korte termijn niet in staat het aantal woningen te leveren, dat nodig is om aan de totale huisvestingstaakstelling te voldoen. Versnellingsmogelijkheden zoals de ombouw van lege kantoorpanden zijn kostbaar en bieden onvoldoende woonkwaliteit.

Het COA beschikt over (reeds betaalde) woonunits die tijdelijk beschikbaar gesteld kunnen worden aan gemeenten, die daarin vergunninghouders tijdelijk kunnen huisvesten.

Het mooiste zou zijn als de statushouders in de nabijheid van voorzieningen gehuisvest kunnen worden en de spreiding zodanig is dat de sterkste wijken de zwaarste lasten dragen. Met oog op een voorspoedige integratie kiest de regio Groningen voor het huisvesten van gemengde groepen.

Kortom:

Ons advies is de lancering van een totaalaanpak voor opvang en huisvesting van vluchtelingen, nu en in de toekomst.

Naast een substantiële reductie van opvangplaatsen voorziet het Groningse Aanbod in een aanvullende oplossing voor de huisvestingstaakstelling en is flexibel door het creëren van buffercapaciteit. Daarmee kan aan de huidige huisvestingsopgave, inclusief de achterstand, worden voldaan. Bovendien wordt de kwaliteit van de bestaande opvang verbeterd.

De regio Groningen staat positief tegenover een gezamenlijke aanpak, die voorziet in semipermanente huisvesting. Door deze aanpak wordt tijd gewonnen voor meer duurzame en permanente oplossingen.

Op grond van bovenstaande overwegingen komt de regio Groningen tot het volgende advies:

Het Groningse Aanbod in de praktijk.

  1. De totale omvang van de Groningse opvang wordt voorlopig gereduceerd tot 5620
    1. Binnen het totaal van 5620 opvangplaatsen in de Groningse regio worden Winschoten geheel (500 plaatsen) en Oude Pekela gedeeltelijk (circa 200 plaatsen) worden uitgeruild tegen een nieuw te bouwen en kwalitatief hoogwaardig plan aan de Energieweg (circa 600 plaatsen) in de stad Groningen. Dit plan is interessant en aantrekkelijk door het vernieuwende turn key- concept, dat het betrekken van de lokale en regionale economie mogelijk maakt. Met dit plan creëren we mogelijkheden om te switchen tussen het huisvesten van asielzoekers en statushouders: de gewenste flexibiliteit wordt
    2. Voor Oude Pekela betekent het teruggaan in het aantal plaatsen naar 300 dat er (reserve)ruimte behouden blijft om extra opvang te realiseren, mocht dat nodig zijn. De gemeente Pekela blijft openstaan voor de ontwikkeling van een centrum voor 600 asielzoekers. Bovendien kan de reservecapaciteit ingezet worden voor de huisvesting van statushouders. Voor Winschoten geldt dat de locatie voor een azc van 500 plaatsen beschikbaar blijft.

 

  1. De plannen van Appingedam, Ten Boer, Groningen (Ulgersmaweg) en de locatiestudie in de Marne (in totaal 1530 plaatsen) worden achter de hand De planontwikkeling van locatie Appingedam wordt in zijn geheel afgerond en klaargezet voor snelle bouw, als extra opvangplaatsen nodig zijn.

 

  1. De vraag aan het Rijk om bij te dragen aan de huisvesting van vergunninghouders door gebruik te maken van reeds bestaande opties:
  • de units van het COA uit Oldambt ‘om niet’ over te laten gaan/tijdelijk uit te lenen aan de woningcorporaties in de regio
  • onderzoek naar de mogelijkheden om het schip van Veendam in de zetten voor tijdelijke huisvesting van vergunninghouders, en achter de hand te

 

Hoogachtend,

 

Namens de Regietafel Groningen

 

F.J. Paas P. den Oudsten L. Kompier
Commissaris van de Koning Burgemeester Burgemeester
Provincie Groningen Gemeente Groningen Gemeente Vlagtwedde

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *