Groningen van toen | Deel 82

Het komt natuurlijk in allerlei plaatsen voor, in de steden iets meer dan in de dorpen. Verkeersproblemen door ongelukken maar ook door storingen. Wanneer op een van de drukste kruispunten in een middelgrote stad door een technisch probleem de verkeerslichten uitvallen is de politie er snel bij om alles op een goede en verstandige wijze te regelen. Hier worden dan agenten ingezet die het verkeer, zelf staande op het middelpunt, gaan regelen. Iets wat je tegenwoordig zelden ziet.

Het was echter een halve eeuw geleden een normale zaak dat op drukke kruispunten agenten werden ingezet om het verkeer te regelen. Vaak staande op een verhoging zodat men uit alle ooghoeken kon worden gezien en er dus geen onduidelijke situaties ontstonden. Ik zag recentelijk een opleidingsgroep van agenten die duidelijk uitleg kregen van hoe een druk kruispunt diende te worden beheerst en vroeg me af hoe vaak ze nog daadwerkelijk zullen worden ingezet om het verkeer te regelen.In gedachten komen de pagina’s voorbij met daarop de diverse tekeningen die we in de jaren vijftig van de vorige eeuw in ons op dienden te nemen tijdens de verkeerslessen.

Ook gingen mijn gedachten, vol verbazing kijkend naar de instructiemomenten, naar een moment in de jaren zestig waarbij een zonderling persoon probeerde het verkeer te ontwrichten. Op de doordeweekse dagen ging ik lopend van huis, gelegen aan de Korreweg in Groningen, naar de school aan de Violenstraat en weer terug. Vaak kwam je dan in de middaguren bij terugkeer maar huis, dezelfde persoon tegen.

Of het nu zomer of winter was, het was altijd dezelfde in korte broek gestoken vijftiger die door het kruispunt met de Nieuwe Ebbingestraat rende. Hij passeerde daarbij de verkeerspolitieagent die op de verhoging op het kruispunt met de Korreweg en het Noorderplantsoen, waar al het verkeer ook nog door kon, stond. In een reflex keerde de man, hij bleek afkomstig uit Winsum, zich om en duwde zachthandig de dienstdoende verkeersagent op zij en nam de leiding, als volleerd dirigent, voor enkele momenten over. Deze herinnering leidde tot een duik in mijn archief naar een document inzake hetzelfde onderwerp.

Ik woonde later in 1970 in de nieuwe wijk Vinkhuizen in Groningen en reed via de Friessestraatweg naar de binnenstad en het Zuiderdiep om vervolgens via slinkse wegen het bedrijfsterrein van het Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe te bereiken, deels gelegen aan de Helperzoom. Ja en een ieder die het kruispunt Heerestraat en Zuiderdiep diende te kruisen viel het op dat daar een zeer aantrekkelijke vrouwelijke agent vrijwel dagelijks het heft goed in handen had. Als je daar die jonge dame, in de persoon van ‘mejuffrouw de Jong’ zag staan stond je – persoon afhankelijk – toch wel met enige verbazing te kijken.

Zij was een van de slechts vier dames die in het team van de gemeente politie in Groningen een functie hadden aanvaard. Trouwens dat er al vier dames waren aangenomen was op zich heel bijzonder te noemen voor die tijd. De journalist van het Nieuwsblad van het Noorden schreef er destijds ook een stukje over en stelde onder meer: ‘Wat mej. T. de Jong daar op dat kruispunt doet is van een geheel speciale klasse. Agenten leiden het verkeer, strak, zakelijk, een agente als mej. de Jong wuift het verkeer charmant voorbij. Dat loopt erg soepel op zo’n kruispunt, maar sommige automobilisten blijven te veel op de agente en te weinig op haar nuttige aanwijzingen letten, en daar kan de verkeersdoorstroming op den duur door in gevaar komen.’

De krant liet Sjors Visscher, die via Fotopersbureau Piet Boonstra, werd ingehuurd, een aantal foto’s maken van de frivole agente en daarvoor ging hij vroeg uit bed om op het kruispunt Heerestraat en Zuiderdiep de vrouwelijke bewegingen vast te leggen op de gevoelige plaat. Met de foto’s in zicht schreef de betreffende journalist: ‘Af en toe krijg je de indruk dat ze het verkeer naar zich toe lokt om de heren daarna charmant af te wijzen. Aan dit laatste houden zich niet alle agentes, en dat is een niet geringe zorg voor hoofdcommissaris K. Heyink.’

Het was bijna in alle bedrijven, en dus ook binnen het gemeentelijke politiecorps van Groningen, vrijwel altijd een gewoonte dat het vrouwelijke personeel diende te vertrekken zodra ze het getrouwde leven instapten. Het was derhalve de grote angst van de leiding dat het aantal vrouwelijke agenten niet snel meer zou toenemen daar er weinig sollicitanten zich aanboden. Men zag met lede ogen aan dat meer en meer vrouwen ervoor kozen de veiligheid binnen het bedrijfsleven de voorkeur te geven boven een job bij de politie. Bovendien frustreerde het de korpsleiding dat na een gedegen opleiding de vrouwelijke agenten vaak besloten bij huwelijk het uniform definitief uit te trekken. Gelukkig besloot mej. de Jong, nadat ze trouwde, in gemeentelijke dienst te blijven en zo was het mogelijk dat nog vele automobilisten en fietsers zich in de daarop volgende tijd zich aan haar vergaapten.

Bron: Hans Knot

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *