Huiselijk geweld. Eind goed, niks goed | Karin Smalbil

huiselijk geweldHet is toch altijd wat triest. Zo’n zaak waarbij slachtoffer en dader in een huis samenwonen en in de zittingszaal achter elkaar zitten. Een stoel of drie ertussen. De een als verdachte en de ander als slachtoffer. Hij zou haar hebben mishandeld. Niet voor de eerste keer. Het laait vaak in hun huis, aldus de buren. “Hij laat geen spaan van haar heel. Ze loopt regelmatig met een blauw oog en haar arm in een mitella. Te vaak. Te toevallig.”

Huiselijk en knus

Huiselijk geweld, daar fronst de rechter zijn wenkbrauwen bij. Zero tolerance. Daar volgt een straf op. Wat gebeurde er nu precies in huize ‘Rop en Verscheur’. Man komt thuis na weer eens teveel drank in teveel café. Er ontstaat onenigheid over het tijdstip en het omver lopen van een vaas. Hij komt ten val in de keuken nadat hij zijn hoofd stoot aan een punt van het aanrecht. Zij belt de ambulance omdat hij zo bloedt. Hij wil geen poppenkast. Zij belt toch. Hij wordt agressief. Staat op. Slaat en duwt haar. Naar de grond. Buren horen boze stemmen. Binnen tien minuten staat er én een ambulance én een dienstwagen van de politie.

Blauw van de zwaailampen

Het staat blauw in de straat van de zwaailampen. Mensen snellen naar buiten. “Hij heeft haar weer geslagen.” De vrouw met de kapotte wang zegt nog tegen de politie dat er geen sprake was van mishandeling. Ze dept bloed weg met een zakdoek. De man ontkent ook. In de zittingszaal vraagt de rechter naar uitleg van de foto’s en de toch zichtbare scheur in haar wang. Met drie hechtingen. Het ‘slachtoffer’ antwoordt hoofdschuddend. “Hij heeft me niet geslagen, ik viel zelf ook omdat ik hem wilde helpen. Hij mishandelt me niet.” Dat schreef ze al in een brief naar de rechter. Ze wilde vervolging voorkomen.

Mishandeling

De rechter acht wettig en overtuigend bewezen dat mevrouw is geslagen en wel door de man die voor haar zit. “Mevrouw is ten val gekomen door geslagen of geduwd te zijn. Misschien is het zaak goed voor zichzelf op te komen of dit te leren.” Hij laat geen ruimte over voor het beschermen van haar dader. De man met wie ze tenslotte samenwoont. De dader in kwestie werkt al aan zijn agressieprobleem dus dat moet helemaal goed komen.

In het midden

De man draait zich om. Vlak voor zijn laatste woord. Kijkt naar zijn vriendin. Ik vraag me op dit soort momenten vaak af wat de verdachte denkt. “Ik praat hier nog wel met haar over.” zegt hij. Niet boos, niet bang, niks.

Eind goed, niks goed

Hij krijgt als straf een voorwaardelijke boete opgelegd en een voorwaardelijke celstraf. Hij is immers in therapie. Dat doet het altijd goed. “Werk aan uw agressie.” Ja. Daar gaat hij direct mee beginnen. Hij loopt de zittingszaal uit, zij volgt als een mak schaap. Hij trekt haar hand in de zijne. Bij het openen van de deur naar de trap zie ik hem geïrriteerd zijn hand losrukken. Gaat lekker met die twee.

Hardnekkig

Het zijn hardnekkige zaken met vaak een duidelijke rol en verloop van de situatie thuis. Een angstige situatie. Onveilig. Zij zal hem niet verlaten. Ik zie haar hoogstens terug in de zittingszaal. Over een maandje of drie. Of het moet al verschrikkelijk mis gaan. Dan zie ik haar nooit weer en hem zo ‘n –pak ’m beet- 18 jaren niet.

Bron: Karin Smalbil

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *