Groningen van toen | deel 85

Projectgroep Binnenstad en de Harmonie

Foto D. Leutscher Parkeerplaats achter Harmoniecomplex

Januari 1974 bracht eindelijk voor de bewoners van de binnenstad van Groningen een antwoord omtrent  wat er ging gebeuren met het pand dat vele jaren een centraal middelpunt was geweest van de Oude Kijk in ’t Jatstraat, het Harmoniecomplex. Biljarten, concerten, bokswedstrijden, schoolvoorstellingen en veel meer activiteiten waren er decennia lang gehouden en jong en oud hadden daar voetstappen liggen. Sociëteit Harmonie was dan ook een cultureel gebeuren, wiens activiteiten werden voortgezet in een pand aan de Kreupelstaat, eveneens in het centrum van de stad.

In 1973 besloot het toenmalige college van Burgemeester en Wethouders dat het complex gesloopt diende te worden. Dit tot groot ongenoegen van de bevolking van Groningen. Gelukkig kwam er dus een verandering in dit besluit. In januari  1974 werd er door de projectgroep Binnenstad van de gemeente nauw samengewerkt met een team van de Rijksuniversiteit Groningen met als doel te komen met een plan  voor bebouwing van het Harmonieterrein.

De gemeente-architect H. Eijsbroek en de externe ingehuurde deskundige ir G. Latta hadden, samen met de projectgroep, eind 1973 een plan ingediend bij het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit. Al vrij snel werd het beoordeeld als het meest doelmatige plan tot opleving van het Harmoniecomplex, inclusief nieuwbouw. Maar ook vanuit de ministeries van Onderwijs en Wetenschappen, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening als ook Financiën was er goedkeurend gereageerd op de voorstellen.

In het nieuwe plan werd het voorstuk van de Harmonie gehandhaafd, hoewel diende er het nodige aan restauratie te worden uitgevoerd. Het universiteitsbestuur wilde hierin, als de ruimten eenmaal waren   gerestaureerd, de juridische faculteit onderbrengen, wat jaren later ook daadwerkelijk werd gerealiseerd. Achter deze bebouwing lag een groot plein waar eens de concertzaal had gestaan en in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw diende het als parkeerplaats voor medewerkers van de universiteit, verdeeld over diverse panden in de binnenstad. 

Het plan, dat was goedgekeurd, ging er vanuit dat dit plein bijna volledig zou worden bebouwd, waardoor parkeergelegenheid tot een minimum zou worden gereduceerd. De geplande nieuwbouw, zo was in het plan omschreven, mocht niet hoger worden dan het voorstuk van het originele Harmoniecomplex. Eén van de ruimte zou worden ingericht als een groot restaurant voor zowel medewerkers als studenten. In die tijd werd er meermaals geroepen om mogelijkheden tot het runnen van een grote Mensa, waarbij tegen goedkope prijzen een warme maaltijd kon worden aangeschaft en genuttigd door zowel studenten als het personeel.

Voorzitter van het College van Bestuur van destijds was de heer Ter Borch, die de geschreven pers ter woord stond, waarbij hij reageerde op de vraag in de toenmalige toekomst ook ruimte zou komen voor de HBO-studenten om van deze restauratieve voorziening gebruik te kunnen maken. Hij stelde daar geen duidelijke uitspraak over te kunnen doen en veel af zou hangen hetgeen de middelen die beschikbaar zouden worden gesteld door de overheid.

Tevens was het plan rondom het restaurant en in de andere zijvleugel diverse ontmoetingsruimten te realiseren. Dit zou inderdaad gebeuren en tevens werd een aantal collegeruimten op de begane grond van de nieuwbouw gerealiseerd. Heel belangrijk was in het plan terug te vinden dat er ruimte diende te zijn voor studentenwinkels, de universitaire gezondheidsdienst en meer. Laatst genoemde dienst kreeg uitgebreid ruimte in een pand aan de Visserstraat, een zijstraat van de Oude Kijk in ’t Jatstraat. 

Uiteindelijk zouden de plannen tot uitvoer worden gebracht en werden ook de faculteit Letteren en die van Geschiedenis ondergebracht in de nieuwbouw. Maar dat was ruim zes jaren later. In de tussenliggende periode was er niet alleen ruimte voor parkeren, bouwketen en meer maar ook voor enkele grote tijdelijke gebouwen, een soort van porta cabins, waar onder meer een tijd de afdeling Praktijk van het toenmalige instituut voor Orthopedagogiek was gevestigd. Het was een totaal onvriendelijke benadering van ouders en kinderen, vooral als de regen er weer voor had gezorgd dat de entree en parkeergelegenheid tot een grote modderpoel was veranderd. Er werd dan ook besloten tot heroverweging van huisvesting van deze afdeling, waarna de bovenverdieping van Peek en Cloppenburg aan de Heerestraat werd betrokken.

Hans Knot

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *